Lied 4: De sabbat

Tekst: L.G.C. Ledeboer
Melodie: John Roberts
Zetting: Gerard de Wit

1. O sabbat der ruste, o dag van de Heer’,
op u knielen alle de schepselen neer.
O Koning der ere, de staf van Uw Woord
drijft slapende zielen weer juichende voort.

2. Daar juichen zij allen, in Jezus verblijd,
die kronen ontvangen na wettige strijd.
De dood is verslonden, de zond’ is niet meer;
het graf is verwonnen door Jezus, de Heer’.

3. ‘t Is Jezus, Die zondaren roep en bekeert,
door Woord en door Geest u verslagenheid leert;
verbrijzelt het harte, en geeft voor een steên
een vlezen en heerst dan als Koning alleen.

4. Door Jezus alleen wordt geopend de baan,
Die heeft voor de Zijnen het Godsrecht voldaan:
de bloedschuld betaald en Gods toren geblust
en schenkt al de Zijnen vergeving en rust.

5. O zalige Godsdag, wiens morgen eens rijst!
waar iedere dag van de Heer’ ons op wijst;
mijn ziele verlangt naar die zalige dag,
die Abraham in het gelove reeds zag.


Terug naar het liederenoverzicht