Lied 12: Zelfkennis

Tekst: L.G.C. Ledeboer
Melodie en zetting: William Bradbury

1. Wie ben ik toch,
zo vol bedrog
en ongerechtigheden?
Wie ben ik, Heer’?
Ach, zie toch neer,
om Uw barmhartigheden.

2. Wie ben ik, Heer’!
‘k Vind daag’lijks meer
mij met mijzelf bedrogen.
Hoe dieper ‘k graaf,
hoe minder braaf
ik word in eigen ogen.

3. Och, volgd’ ik, Heer’,
Uw voetstap meer
op Uw gebaande wegen;
de weg is smal,
maar overal
komt Gij Uw kind’ren tegen.

4. Wie is er rein?
In Uw Fontein
gewassen van de zonden?
Wie blijft dan nog
niet vol bedrog
en aan het kwaad gebonden?

5. De weg is hoog;
voor ‘s Vaders oog
in eenvoud hier te wand’len,
is Zijn gebod.
En ‘t zaligst lot:
naar Zijne wil te hand’len.

6. Onz’ eigen wil zwijg’
voor U stil, o Heer’
der legerscharen.
O, God en Heer’,
Uw roem en eer
zult Gij wel trouw bewaren.


Terug naar het liederenoverzicht