Lied 28: O Jezus, wees mijn Borge

Tekst: Johannes Groenewegen
Melodie: onbekend
Zetting: Martien van der Zwan

1. O Jezus, wees mijn Borge;
mijn zonden veel en groot,
die maken mij veel zorgen;
zij werken mij de dood.
Waarheen zou ik mij wenden,
mij wenden,
mij wenden?
t Is rondom vol ellenden,
vol droefheid, angst en nood.

2. Ik zit in treurig duister;
mijn ziel is zonder licht
als Gij Uw glans en luister
neemt weg uit mijn gezicht.
Dan staat mijn ziel verlegen,
verlegen,
verlegen.
Ik mis de rechte wegen,
o Jezus, onderricht.

3. Ik weet: Gij zijt genadig,
volzalig en genoeg
voor hem die U gestadig
zoekt hartelijk en vroeg.
Daarom zal ik mij wenden,
mij wenden,
mij wenden,
tot U met mijn ellenden;
zo lang ik heb genoeg.

4. En dat zal mij aankleven
en ik niet raken kwijt,
totdat ik, na dit leven,
in zaalge heerlijkheid
volmaakt U zal aanschouwen,
aanschouwen,
aanschouwen;
bevrijd van smart en rouwe.
Wees welkom, eeuwigheid!


Terug naar het liederenoverzicht