Lied 30: Waarom was 't op mij gemunt?

Tekst: Pieter Boddaert
Melodie: Martijn den Haan/Dick Sanderman
Zetting: Dick Sanderman

1. Heilig God, barmhartig Vader,
gun dat ik U val te voet
en in diep verwond’ren nader
om ‘t ontsluiten ‘t blij gemoed,
dat, in aandacht opgetogen,
roept: Vanwaar dit mededogen?

2. ‘t Was Uw vrij’ en eeuw’ge liefde,
waar G’, o God, mijn hart vol haat,
zo meedogend mee doorgriefde
en ten uitvoer van Uw raad,
om mij van ‘t verderf te sparen
‘t eeuwige besluit liet baren.

3. Waarom hebt Gij mij verkoren?
Waarom was ‘t op mij gemunt?
Daar er duizend gaan verloren,
die Gij geen ontferming gunt?
Schoon Gij ruim zo grote zonden
hebt in mij als hen gevonden?

4. Hoe zal ik die liefde noemen?
Sprak ik nu der eng’lentaal!
Hoe zal ik die wijsheid roemen?
Hoe die deugden altemaal?
Doch naar waarde die te loven,
gaat zelfs eng’lenkracht te boven.


Terug naar het liederenoverzicht