Lied 35: De enige troost

Tekst: Jacobus Borstius
Melodie: Maarten Luther
Zetting: Arie Kortleven

1. Drie dingen troosten mijn gemoed
en maken mij het sterven zoet,
zodat ik zonder schromen
de dood zie tot mij komen.

2. Het eerste, dat mij juichen doet,
is dat ik ben in Christus’ bloed
gewassen van mijn zonden,
die mijne ziel verwonden.

3. Het tweede troost mijn ziel nog meer:
dat ik nu leef en sterf den Heer’,
Die mij nooit zal begeven,
maar door de dood doet leven.

4. Het derde troost mij bovenal:
ik weet nu waar ik varen zal,
de hemel is mijn erve,
zodat ik vrolijk sterve.


Terug naar het liederenoverzicht