Lied 41: Lof Gods

Tekst: Jacobus Revius
Melodie: Johann Sebastian Bach
Zetting: Martien van der Zwan

1. Waar ik een nachtegaal
ik zou mijn Schepper eren
door Zijne grote lof
altijd te kwinkeleren,
dat bossen, berg en dal
zou deunen van de klank
en de woudvogeltjes
vergeten hare zang.

2. Ik ben geen nachtegaal,
maar (in veel groter ere)
een mens: het evenbeeld
van aller Heeren Heere.
Ik wil dan mijne stem
doen horen alle man
en prijzen Hem zo groot
en verre als ik kan.


Terug naar het liederenoverzicht