Lied 51: 't Aardse is ijdelheid

Tekst: Guiljelmus Saldenus
Melodie: Hernhutters 18e eeuw
Zetting: Henk C. de Gelder

1. Ongelukkig is dat leven,
dat alleen de aard’ bemint
en niet hoger wordt gedreven,
waar het vaster goed’ren vindt.
Die alleen in ijdelheden
woelt en wroet, heeft nimmer rust;
‘t hof van alle zaligheden
is de hoge hemelkust.

2. ‘t Aards geluk dat u bejegent
lijkt in ‘t eerst wel wat te zijn.
‘t Schijnt somtijds dat ‘t rozen regent,
ondertussen is ‘t venijn.
IJdel, troost’loos, ja, doorweven
met veel hartenzorg en smart,
macht’loos om ons iets te geven,
zo ‘t van ‘t aards niet hemels wordt.

3. Weg dan vreugde van de aarde!
Weg vergulde nietigheid!
‘t Hemels’ is van meerder waarde
dan uw zotte ijdelheid.
Daar is lachen zonder treuren;
daar is suiker zonder roet:
‘s Hemels vreugd zal eeuwig duren,
daar gij haast verdwijnen moet.


Terug naar het liederenoverzicht