Lied 70: Gebed voor het eten

Tekst: Jacobus Revius
Melodie: Ed Kooijmans
Zetting: Euwe de Jong

1. Gij, Die weleer het manna zoet
in dorre lande hebt gegeven;
Gij, Die weleer de frisse vloed
hebt uit de steenrots op gedreven.

2. O Vader, wil ons aarden vat
met Uwe goede gaven spijzen.
Geef dat het niet wordt al te zat,
noch onbekwaam om U te prijzen.

3. Laat dalen ook in onze schoot,
om ‘t waar geloof in ons te voeden,
Uw lieve Zoon, dat hemels Brood,
en bij Zijn Woord ons wil behoeden.

4. Doe leven in ons dorstig hart
der Heil’gen Geest ontsprongen ader,
waardoor de ziel gelaved wordt,
waardoor wij roepen: ‘Abba, Vader’.

5. Totdat Gij met het rechte mann’
gans zonder maat ons zult beschenken,
en wij in eeuwigheid alsdan
met U het nieuwe zullen drinken.


Terug naar het liederenoverzicht