Lied 114: De Leeuw uit Juda

Tekst: Isaäc da Costa
Melodie: Johann Sebastian Bach
Zetting: Martien van der Zwan

1. O Hoofd, om ‘s werelds zonden
met bloed en zweet gesprengd!
Hoofd, overdekt met wonden,
die U een spotkroon brengt.
Om onze schuld gebonden,
aan ‘t kruis geofferd Lam,
hoe zijt G’ ook daar bevonden
de Leeuw uit ‘s Konings stam!

2. Hoe blonk, bij al die smarten,
bij al die smaad en spot,
bij ‘t breken zelfs Uws harten,
en ‘t verr’ zijn van Uw God,
Uw zalving en Uw kroning,
Uw hoogheid en Uw eer,
als Gods verkoren Koning,
als aller scheps’len Heer’!

3. In diepten neergezonken
van waat’ren zonder grond,
aan ‘t vloekhout vastgeklonken
dáár heeft Uw bleke mond
van Gods heropend Eden
vrijmachtiglijk beschikt,
en Uw: ‘Voorwaar, nog heden!’
des boet’lings ziel verkwikt.

4. O, liefde, zonder gade,
die, daar Gij ‘t al volbrengt,
de moordenaar genade,
de vriend Uw moeder schenkt.
Die, waar z’ Uw lippen laven
met snerpend edikvocht,
des Geestes levensgaven
voor Uwe haters zocht.

5. Die in der moord’ren midden
en aan des kruises voet,
voor Israël blijft bidden,
de schuld des gruwels boet.
O Hoofd, bedekt met wonden,
o Hoofd, van ‘t doodszweet klam,
hoe zijt G’ ook dus bevonden
de Leeuw uit Juda’s stam!

6. Dat Koningshoofd: het boog zich,
het lei Zijn leven neer!
Gebergt’ en rots bewoog zich.
‘t Graf gaf zijn doden weer.
Hergeeft ook gij uw doden,
o Isrel, op Zijn stem.
En val, o zaad der Joden,
aanbiddend neer voor Hem.

7. Hosanna! al gij volken,
met Israël tesaâm!
tot boven ‘s hemels wolken
roept uit die Wondernaam:
de Leeuw, Die overmocht heeft,
uit Jesse voortgebracht.
Het Lam, Dat ons gekocht heeft,
voor onze schuld geslacht.


Terug naar het liederenoverzicht