Lied 119: De verloochening van Petrus

Tekst en muziek: Ed Kooijmans
Zetting: Dick Sanderman

1. Jezus sprak: ‘Dit is de nacht
van de duivel en zijn macht;
voor het kraaien van de haan
en het morgenlicht breekt aan,
vluchten jullie van Mij weg.
‘t Is voorwaar wat Ik nu zeg.’

Refrein:
Petrus, sterke rots,
ben je niet te trots?
Zij die worden klein,
mogen Zijn discipel zijn.

2. Petrus’ antwoord klonk beslist:
‘Heere, U heeft Zich vergist.
Wie zich aan U erg’ren zou,
ik toch niet, ik blijf U trouw.’
Maar reeds in Gethsémané
vluchtte hij met allen mee.
refrein

3. Later in diezelfde nacht
zei een dienstmaagd onverwacht:
‘Jij hoort zeker ook bij Hem,
want ik hoor het aan je stem.’
Petrus was zijn dapperheid
vol van schrik in één keer kwijt.
refrein

4. ‘Mens, ik weet niet wat je zegt,
ja, ik zweer het: het is echt!’
Hij verloochende zijn Heer’,
éénmaal, tweemaal, zelfs drie keer.
Plotseling kraaide de haan
en zag Jezus Petrus aan.
refrein

5. Hij besefte vol berouw:
‘Ik was Jezus niet getrouw’.
Jezus’ stem klonk in zijn hart;
Jezus’ blik gaf hem veel smart.
Huilend ging hij door de poort:
‘Had hij ooit bij Hem gehoord?’
refrein

6. Aan de oever van het meer
vroeg de opgestane Heer’:
‘Simon, Jona’s zoon, heb jij
Mij wel lief? Hoor jij bij Mij?’
Hij zei door zijn tranen heen:
‘Ja Heer’, dat weet U alleen.’

Refrein:
Petrus, sterke rots,
jij was veel te trots.
Maar ik maak jou klein:
jij mag Mijn discipel zijn!


Terug naar het liederenoverzicht