Lied 130: Gedenk te sterven

Tekst: Willem Sluiter
Melodie: Niklaus Hermann
Zetting: Gerard de Wit

1. Ach! dat de mens zo licht vergeet,
dat hij van hier moet scheiden!
Een ieder zegt wel dat hij ‘t weet.
Maar ‘t leven dat wij leiden
getuigt wel anders metterdaad,
omdat men zich zo zelden gaat
recht tot de dood bereiden.

2. Het allereerste leugenwoord:
‘Gij zult de dood niet sterven’,
gaat nog tot alle mensen voort,
en erft op Adams erven.
Elk denkt vast, bij zichzelf verdwaasd:
‘God zal mijn draad nog niet zo haast
van ‘s levens web afkerven’.

3. Wij hebben hier geen vaste stad,
waarin wij mogen blijven.
Het is hier maar een wandelpad,
daar w’ haast’lijk henen drijven.
Hier boven is het vaderland,
waar eeuwig zullen zijn geplant
die in ‘t geloof beklijven.

4. Maak mij bekend mijn eind’, o Heer’,
opdat ik mij gedragen
zal nu voortaan naar Uw begeer’
en Godd’lijk welbehagen.
En geef dat ik mag recht verstaan
hoe schielijk dat voorbij zal gaan,
de mate mijner dagen.

5. Gij hebt voor mijne dagen, ziet,
een handbreed slechts gegeven:
mijn leeftijd is voor U als niet.
Een nevel is mijn leven.
Een ieder mens, hoe vast hij staat
en op zijn voorspoed zich verlaat,
is ijdelheid daarneven.


Terug naar het liederenoverzicht